PAKE GEALE
Mijn
Pake Geale was de zoon van een turfschipper, Tabe Geales, en zijn
moeder was Tjitske Tijssens Sygersma. Hij is geboren in 1847 en in
die tijd voeren ze met schepen, je weet wel die schepen van het
skûtsjesilen,
naar
Drenthe, naar Nieuw Amsterdam in die buurt, en daar haalden ze dan de
baggelaarturf, vierkante blokjes turf, vrij hard. Het spul dat ze uit
de sloten baggerden werd op stro over het land verspreid, met
plankjes platgelopen, en terwijl het nog week was werd het
gesneden, allemaal met de hand. Daarna werd het op hopen gezet met
gaten ertussen, het werd dus zo opgestapeld dat er lucht tussendoor
kon, om te drogen. De turf die ze in het voorjaar, zo in april-mei,
maakten, die was in september droog en dan haalden de turfschippers
het op. Ik weet nog goed dat dan bij ons op de zolder zo'n 3000
turven gezet werden voor de winter. Je had ook nog lange turf, die
was veel slapper en die sloegen we stuk om de kachel mee aan te
maken.
Mijn grootvader trouwde eerst met mijn grootmoeder Lolkje Sijmens Westerhuis, maar die overleed toen ze 25 jaar was in het kraambed samen met het 6e kind. Toen is hij getrouwd met een vrouw ( Hitje van der Leij) die al een zoon had, Janus Hoekstra, en daar had hij nog 2 kinderen bij. Die vrouw is ook overleden. Bij zijn derde vrouw (Klaaske de Jong) had hij 8 kinderen, waarvan er nog 3 in leven zijn: Berber, dat is dus eigenlijk een tante van mij, is van 1893 dus al 92 jaar, ( n.b. we schrijven 1985), Neeltje is van 1900 en Oale van 1902. Ik had dus een "Omke Oale", die een jaar jonger was dan ik. Mijn vader was dus van de eerste vrouw van mijn grootvader en ik ging samen met mijn "omke Oale" naar de ambachtsschool. Oale was ook smid-bankwerker geworden, maar hij heeft maar even bij een smid gewerkt, daarna is hij een sigarenwinkel begonnen. Neeltje is dus een jaar ouder dan ik en woont in Leeuwarden en haar man is ook al dik in de 90.
Bij
elkaar had mijn grootvader dus 16 kinderen! Hij is begonnen als
schoenlapper, daarom noemden ze hem ook wel Geale Lap. Daarna is
hij als karrijder een soort boodschappendienst begonnen; hij reed met
paard en wagen heen en weer van Stiens naar Leeuwarden om
boodschappen te doen voor de mensen uit het dorp. Maar toen Johannes
Hoekstra (die voor-zoon van zijn 2de vrouw) wat groter werd, kreeg
hij die vrachtkar en mijn grootvader begon in Stiens een winkeltje.
Het was een soort bibliotheek, hij verhuurde boeken en tijdschriften.
Hij had bijvoorbeeld de Prins der Geïllustreerde Bladen en
modebladen. Daarbij was hij ook nog kwitantie-ophaler voor de
kaatsclub en voor de begrafenisonderneming en zo. Bij dat alles had
hij dan ook nog "de bel", hij was dorpsomroeper. Als er
iets bijzonders was, dan ging hij met de bel door het dorp; als de
notaris bijvoorbeeld een huis moest verkopen, dan ging hij naar
mijn grootvader, die dan de
bel luidde, zijn verhaal vertelde, een straat verder liep, weer belde
en weer
zijn
verhaaltje deed. Maar niet alleen de notaris, ook als er een schip
met
verse
vis was binnengekomen of als er verse aardbeien waren. Hij haalde bij
dat
omroepen ook wel eens grapjes uit. Een keer had hij bij
aardbeienkweker
Bekius
een paar prachtige dikke aardbeien gekregen en toen ging hij met de
bel
het dorp rond om te vertellen dat Jurrien de Haas (dat was een
concurrent)
lekkere
dikke aardbeien te koop had: Noodslachtingen had hij ook vaak "op
de
bel",
als
een kalf of een schaap de poten had gebroken of als de Groot een kalf
had
dat
niet goed was, nuchter kalfsvlees was erg in trek toen.
Mijn grootvader was erg gevat hoor, want als iemand hem vroeg "En, de Vries, wat heb je op de bel?" (dat betekende dan "wat heb je voor nieuwtjes?"), dan antwoordde hij "een knop", want hij had boven op de bel een knop zitten waarmee hij hem vasthield. Een andere keer zei dokter Brummer, dat was nogal een joviale dokter, tegen hem "de Vries, jij weet nogal veel, wat is het beste middel als je flink verkouden bent?". Pake zei "Een goeie grote busdoek, dokter" (dat is een zakdoek, een zak is een buse).
Als
hij moest omroepen, dan paste zijn 3e vrouw of een van de kinderen op
de winkel, hij had er tenslotte acht: Een van zijn dochters Janke,
die 10 jaar ouder was dan ik, die naaide, en Berber, die nu in
Eindhoven woont, die was juffrouw aan de bewaarschool, maar wat Antje
deed dat weet ik niet meer. Die 3de vrouw heette Klaske, mijn eigen
moeder heette Klaaske, maar ik
mocht geen "Beppe" tegen haar zeggen maar wel "Tante
Klaske". Toen zij
overleed deed de jongste dochter Neeltje de huishouding, maar toen
mijn grootvader ziek werd ging hij naar de oudere dochter Janke. Na
zijn overlijden bleek dat mijn grootvader wat dat betreft niet had
gedaan wat hij had moeten doen, want er was land geweest van zijn
eerste vrouw, mijn
grootmoeder, maar dat was verkocht en dat geld was allemaal opgegaan
aan
zijn grote gezin. De erfenis die ik kreeg van mijn grootvader was f 25,--. Moet je nagaan, mijn vaders erfdeel was f 100,-- mijn vader was al overleden, en ieder van de 4 kinderen kreeg dus 25 gulden.
op de begraafplaats in Stiens