SCHAATSEN
Tja, toen ik jong was waren het heel andere tijden, was het een heel andere wereld. NU krijg je overal zo maar vrij voor, dus als je mee wilt doen aan de Elfstedentocht, dan krijg je daar minstens een hele dag vrij voor. Vroeger was daar geen sprake van, vooral in de tijd van het schaatsen niet. Ik werkte immers bij de smid, dus dan kreeg je een macht schaatsen te slijpen en dat ging langzaam want we slepen toen nog op zandsteen. Nu slijpen ze schaatsen op een amaril, maar zandsteen was vrij zacht en dan was je maar niet zo een-twee-drie klaar. Je had een steen van zo'n 1 - 11 meter met een plank ervoor en die draaide in het water. Dan had je een blok dat een bepaalde stand had, daar zette je de ijzers in aan iedere kant, links en rechts, en dan ging je net zo lang langs die steen tot het ijzer weer helemaal scherp geslepen was. Je zegt wel "scherp", maar dat wil zeggen zo scherp als een schaar, dus een brede kant die scherp op de zijkant staat, de HOEK is dus scherp, maar het ijzer is niet dun.
Het zal misschien in 1928 geweest zijn, toen zouden er arrensleewedstrijden gehouden worden op de Wielen. Vlak bij Leeuwarden daar heb je de Grote en de Kleine Wielen, een aardig grote watervlakte; in de Grote Wielen werd 's zomers gezwommen en op de Kleine Wielen daar werden die arrenslee wedstrijden gehouden, met renpaarden voor de arrenslee. Ik wilde daar graag naar toe, dus ik sprak met de baas af dat ik die middag vrij zal zijn. Maar ja, dan moesten wel 's morgens alle schaatsen geslepen zijn. Goed, de schaatsen waren op tijd klaar en ik ga naar huis even wat eten en wat drinken. Hinke woonde bij haar ouders in Finkum, dus ik moest eerst nog naar Finkum, en ik stond al aangekleed om daar heen te gaan toen ze van de kastelein van Kampen kwamen zeggen dat er telefoon voor mij was (er waren toen nog haast geen telefoons) van een timmerfabriek aan de Leeuwarderstraatweg, daar hadden ze sluiting in het elektrisch en of ik nog kon komen. Ik zei hen "zeg maar dat ik al weg ben", dus zij gingen terug naar de telefoon in het café en zeiden "Rienk is al weg" en ik smeerde hem. Maar 's middags om 4 uur daar trof ik de baas ook bij die arrensleewedstrijden en die zei tegen me "Jij was er vanmiddag niet, dus moest ik naar de timmerfabriek". Het was hem gelukkig meegevallen, de sluiting was er gauw uit, maar dat weet je voor die tijd nooit. En je moet niet vergeten, ik moest helemaal over de Finkumervaart en de Dokkumer Ee en de Oudkerkervaart naar de Wielen, allemaal op de schaats, dat was een heel eind. Als ik dan ook nog bij die timmerfabriek de schakelkast had moeten nalopen en kijken waar de sluiting zat, dan had ik ook weer van Stiens naar Jelsum moeten gaan, en dan zou de middag om zijn.
We schaatsten toen op Friese doorlopers, niet meer met zo'n krul, maar van voren eindigden ze in-het hout. Maar ja, zo ging dat vroeger, er was geen sprake van dat je een dag vrij kreeg, nu kan alles. De mensen nemen 3 dagen vrij om die Elfstedentocht te maken, ze gaan een dag voor de tijd, slapen in een hotel, maken de tocht, slapen weer in een hotel en gaan de derde dag weer terug. Als je nagaat dat ze zelfs Elfstedentochten in Finland hebben tegenwoordig, wat kost dat wel niet. Ik had graag wel een keer mee willen rijden en ik had het ook wel gekund. Met hardrijden heb ik verschillende prijzen gewonnen, altijd tweede nooit eerste prijzen; alleen of met de vrouw erachter of soms met z'n drieën aan een stok. Dat waren allemaal leden-wedstrijden, die dus gehouden werden voor de leden van een schaatsclub. In ieder dorp had je een ijsvereniging en op het laatst was het in Stiens zo ver dat ze een ijsbaan hadden, maar daarvoor moest je allemaal wachten met schaatsen tot het openbaar vaarwater dichtgevroren was. Als de scheepvaart dus niet stopte dan kon je ook niet schaatsen. Zodra nū bekend werd dat de Elfstedentocht door ging, werd de scheepvaart onmiddellijk gestopt, alleen het Margrietkanaal mocht nog bevaren worden, verder niet.
Maar ik kon vroeger zelfs niet even gaan kijken, want de Jelsummervaart daar kwamen ze niet langs. Waar Hinke woonde bij de Finkumervaart wel; je ging over de Finkumervaart naar Bartlehiem en vandaar kon je alle kanten uit, naar Dokkum, rechtuit naar Oudkerk, en rechtsaf naar de Stienzervaart en Blekkumerrek en zo naar Leeuwarden. Toen wij kleine jochies waren toen woonden wij aan de Stienzervaart, dus dan werden thuis op de stoel de schaatsen ondergebonden en dan werden we over de opstap zo op het ijs gezet.
Nu heb ik voor het laatst geschaatst in, het laatste jaar dat we in Deventer woonden, samen met Nienke op zo'n ondergelopen tennisbaan, maar toen we na één dag weer een beetje op dreef waren dooide het de volgende dag. Twee jaar geleden waren de uiterwaarden hier zo mooi met ijs en dan zou ik zo graag nog weer eens schaatsen, maar dat durf ik nu toch niet meer.