Samenspraak

Je weet”, vertelde Pake, "dat Beppe uit Nes komt. Dat is dan Nes achter Dokkum, want je hebt 4 Nessen, één achter Dokkum, één op Ameland, één bij Akkrum en één in het Gooi. Het woord "nes" is een Fries woord en betekent eigenlijk "landtong". Dat Nes achter Dokkum ligt in de Dongeradeel; vroeger waren er West-Dongeradeel, Oost-Dongeradeel en Dokkum, en dat is samengevoegd tot Dongeradeel." "Daar is nog zo'n mopje over" zei Beppe, "Ze zeiden altijd: In de Dongeradeel melken ze 's ochtends om 3 oer, maar op Ameland melken ze alle oeren. "Oeren", dat is Fries en betekent "uur", maar het kan ook betekenen "uier". Pake trok eens aan zijn pijp, liet een instemmend gebrom horen en vervolgde "Er is nog zo'n verhaaltje in het Fries":

"Oudehouw, dat grut gebou, jouwst me 'n stoer, dan spring 'k eroer". Dat kun je eigenlijk niet vertalen; Oudehouw, dat is Oldenhove, die grote vierkante toren in

Leeuwarden, toen de Middelzee daar nog was is dat de vuurtoren geweest. Dat was dus een groot gebouw, geef me een stuiver dan spring ik erover. Je heb ook gezegden in het Fries waar je mee uit moet kijken hoor. Zo heb je de plaats Grouw, maar als je te dik bent van het vele eten, dan zeg je "ik ben te grou". Dus als ze je vragen "bist woal 's te grouw west" en je zegt "ja", wat bedoel je dan? Ja, dat Fries is een raar taaltje en dat is ook wel gebleken, want Bonifatius, daar heb je toch wel eens van gehoord hè? Die werd bij Dokkum vermoord in het jaar 754, en weet je waarom? Hij heeft gezegd: dat Fries, dat is geen taal, dat is geen dialect, maar dat is een spraakgebrek. Toen hebben ze hem mooi doodgeslagen, dus wees er voorzichtig mee".

Wij hebben het anders aardig warm kunnen stoken gelukkig, dat was vroeger wel anders. Je vraagt je toch af hoe ze dat vroeger hadden als het zo heel koud was. We hadden geen centrale verwarming, alleen in de kamer zo'n potkachel en in de keuken een kolenfornuis om op te koken, maar de meeste warmte kwam toch van de kleren. Als wij vroeger in Surhuisterveen waren en we zagen wat die oude Beppe allemaal áán had, soms 3 of 4 rokken over elkaar heen van dat hele dikke baaien spul, en dan rokken tot op de grond. In die rokken hadden ze dan een soort zakken en daar weer los voorgebonden een witte zak waar het geld in zat. Maar ja, die Beppe werd oud en dan moest ze met al die lange rokken naar de W.C. en dat ging natuurlijk allemaal stinken, ik vond dat altijd als jong meisje verschrikkelijk vies." Pake beaamde dit ten volle. "Ja, dat had je vroeger. Ik weet wel dat Janke in Oranjewoud, een halfzuster van mijn vader, de moeder van de dokter bij zich in huis had. Bejaardentehuizen had je niet, je moest zelf maar wat scharrelen. Maar die zei altijd "ik wil nooit meer van die oude mensen in huis hebben want die stinken".

"Logisch" zei Beppe, "want die mensen gingen natuurlijk nooit eens lekker onder de douche, want die had je toen niet, en bovendien kregen ze het te koud als ze de kleren uitdeden, dus hielden ze 's winters gewoon alles aan. Ik weet nog wel dat mijn moeder vertelde dat ze op het schip van die rooie baaien hemden aanhadden en de mannen van die baaien onderbroeken met lange pijpen die ze vanonder dichtbonden, dus ik wil best geloven dat ze het op hun body nooit koud hadden met zoveel kleren aan"

Ja, en dan moest je eigenlijk lachen" zei hij "want dan had je die schippers met schepen van zo'n 30 - 40 ton, die brachten de klei van het terp-erf naar de wouden, naar de slechte gronden. Maar als het nou warm weer was dan deden ze niet de onderkleren uit en de bovenkleren weer aan, maar dan deden ze de bovenkleren uit en dan liepen in hun rooie baaien ondergoed achter de kruiwagens met klei over de plank naar het schip. Het is jammer dat ze daar in die tijd geen kleurenfoto's van konden maken."