Over het roken.
Met roken ben ik eigenlijk begonnen toen ik van de ambachtsschool afkwam en bij mijn eerste baas ging werken, dus met 16 jaar. We hadden daar in de werkplaats van de smederij een spijkerbak staan en daar lag altijd een pijp van de baas in. Als de pijp die hij rookte warm was, dus uitgerookt was, dan legde hij die in de spijkerbak en pakte de andere, want een warme pijp die rookt niet lekker. In die tijd ben ik ook begonnen met pijproken en af en toe een sigaar. Een pond blanke Friese herenbaai kostte toen 33 cent, dan werd er 2 cent aan dat pond verdiend. Nu betaal ik voor een half pond f 15,75, dat is dus 100 x zo duur. Dat komt natuurlijk ook omdat vroeger alle Indische tabak hier in Nederland verwerkt werd, maar na die politionele actie in Indonesië is die tabak naar Hamburg gegaan, zodat er een enorm stuk accijns bovenop kwam. Sigaretten werden toen niet veel gerookt, maar je had wel veel pruimtabak. Een hoop arbeiders pruimden, dan hadden ze een bakje met zaagmeel onder de tafel staan, daar spuugden ze in. Een collega van mij aan de Ambachtsschool, Martin, de kleermaker, die pruimde ook, maar dat was een zogenaamde droogpruimer, die ging één of twee keer naar de wasbak om het uit te spugen, verder niet. Je had dus natpruimers en droogpruimers en ze zeiden dat je een goed gebit ervan hield. Het werd wel helemaal bruin, maar het bleef gaaf omdat die tabak er steeds langs schuurde.
Als ze mij gaan onderzoeken op de longen, dan piept het ietsjes, maar ja, dat zit hem in het roken vermoedelijk.