De belangrijkste man van MPS de Zonnebloem ; hoe bekijkt hij het een en ander?

 

Eerst wat cijfertjes: Het Zonnebloemschip vaart 42 weken per jaar en ligt dan 8 weken stil in de winter voor onderhoud. Per jaar heeft de bemanning 7 weken vakantie, en steeds het weekend van zaterdagochtend vanaf aankomst in Arnhem tot de vakantieweek op maandagochtend weer begint. 34 keer gaat de reis naar Duitsland en 8 keer stroomafwaarts Nederland in.

1 reis daarvan is een drielandenreis waarin het schip onder andere in Antwerpen afmeert.

 

Beste kapitein Ronald Keikes, hoe is het om gezagvoerder te zijn op dit mooie Zonnebloemschip?

 

Komt u bijvoorbeeld uit een zeevarende familie?

Antwoord: Nee niet echt, mijn vader was gemeentearchivaris; mijn opa van moeders kant was wel stuurman op de Willem Bartentsz. Maar ik heb hem nooit gekend.

Ik ben in Sneek geboren en heb zelf de mavo gedaan, wat niet zo goed ging, ik was niet erg gemotiveerd. In die die tijd ging ik met een goede vriend vaak bootjes kijken; wij woonden toen in Zierikzee. Daardoor ontdekte ik mijn passie voor varen en ben in 1973 naar de zeevaartschool in Harlingen gegaan. Dat was intern. Ik heb toen met gemak de Zeevaartschool gedaan en slaagde met achten en negens. Daar waren prettig kleine klassen, wat me wel beviel. Ik heb nog goede contacten met de zeevaartschool en nu ook regelmatig leerlingen die hier op het schip een maatschappelijke stage komen doen. Ze moeten dan in het restaurant werken en s'middags mee passagieren.

 

 

 

 

Kapitein Reikes op de commando brug van  MPS “Zonnebloem”

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Hoe lang werkt u al op het Zonnebloemschip?

Antwoord: In 1985 ben ik begonnen als stuurman op het eerste zonnebloemschip. Daarvoor zat ik bij de tankervaart. Ik vroeg me af of ik tot mijn pensioen op de tankervaart wilde met 4 man, maar dit vond ik een mooi alternatief en ik werd aangenomen.

Mijn vrouw en ik zijn elkaar in die tijd tegen gekomen op het schip, zij was gastvrouw en we zijn aan elkaar blijven plakken, nu al 33 jaar.

Echter, ik wilde graag kapitein worden, maar 2 kapiteins op een schip zoals iedereen weet, dat gaat nu eenmaal niet. Dus heb ik toen een tijdje weer ander werk gedaan, bij van Ommeren, daar kon ik wel als kapitein aan de slag.

In 2003 kwam er toen een vacature voor kapitein op , toen nog steeds het oude, Zonnebloemschip. Ik heb net mijn 12 1/2 jarig jubileum als kapitein gevierd. In 2006 is trouwens het nieuwe schip in de vaart gekomen. De commerciële passagiersvaart heeft me zo wie zo nooit getrokken; mensen die heel veeleisend zijn, en elke dag in 3 delig pak lopen, dat ligt me gewoon niet. Ik heb hier gezien dat mensen zonder sondevoeding weer het schip afgaan en zelfs iemand die in rolstoel binnenkwam maar dankzij fysiotherapie weer wandelend het schip weer verliet! Dat zijn gewoon leuke dingen. Wat me ook plezier doet is om de zorg te zien van de verpleging, die heel gedreven precies de zorg bieden die nodig is voor de mensen.

 

Hoe is het om steeds hetzelfde stuk te varen?

Antwoord: Het is best afwisselend, de waterstand verandert steeds weer, nu de herfstkleuren, dan weer eens in de sneeuw. Ook hebben we steeds weer een andere "lading"; bovendien, als ik het niet meer leuk zou vinden dan zou ik er gewoon mee stoppen, en voorlopig heb ik het erg naar mijn zin met dit werk.

 

Is er veel veranderd in de loop van de tijd?

Antwoord: ja! In 1985 ging de hele groep altijd met elkaar de wal op; iedereen wachtte dan op elkaar bovenaan om te gaan passagieren. Er waren nog geen stadswandelingen en dergelijke georganiseerd. Eigenlijk sinds Gerard Noor als cruisemanager hier aan het werk kwam is dit veranderd een jaar of 4 geleden. Hij heeft dit echt op een professionele manier aangepakt. Ook de uitstraling van het schip is de laatste jaren enorm verbeterd, mede dankzij Gerard.

 

Wat voor opleiding moet je hebben om op de Rijn te mogen varen?

Antwoord: indertijd was het de school voor de Rijn, binnenvaart en kustvaart. Maar de kustvaart bestaat eigenlijk niet meer. Eerst wordt je matroos, van daar uit kom je vaak bij een rederij te werken die je opleiding betalen, en waar je dan als tegenprestatie een jaar of 4,5 blijft werken. In principe begin je van onder af en leert de theorie in de praktijk. Bij van Ommeren begon je meestal als scheepsjongen. Van matroos wordt je dan bootsman, en op zeker moment kun je je Rijnpatent krijgen. Je hoefde verder niet naar school. Dat is anders nu, bijvoorbeeld bij Miranda die hier nu als hulpkok werkt, die moet gewoon naar school voor haar opleiding.

 

We komen veel schepen tegen, en je moet regelmatig van wal veranderen, dat lijkt me best lastig.

Antwoord: dat valt wel mee, maar inderdaad zijn de schepen nu veel groter dan vroeger. Een lengte van 110 m was vroeger lang, nu is het niks met al die duwbakken en zo. Maar het varen zelf is veel makkelijker geworden, je had toen nog geen boegschroef en zo, soms best spannend, ankers uitgooien en zo, ik was toen nog matroos. Maar alles is veel breder geworden, hoge bruggen, en de radar maakt het heel makkelijk. Op 3 km kan je al zien wat er aan komt tegenwoordig.

 

Ter afsluiting van dit interview vertelt kapitein Keikes nog dat dit heel mooi en dankbaar werk is.

Waar de interviewer, ondergetekende , zich volmondig bij aansluit.

 

MPS de Zonnebloem, 18 november 2016,

 

Inez de Vries.